Terugbetaling thuis 'getankte' elektriciteit
Wanneer een werkgever een elektrische bedrijfswagen aanbiedt en de thuis 'getankte' elektriciteit van de werknemer vergoedt, moet er volgens de minister van Financiën normaal gezien een bijkomend voordeel van alle aard worden aangerekend. Dit voordeel komt overeen met het bedrag van de terugbetaalde elektriciteit. Echter, als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, kan dit voordeel worden vermeden. Een eerdere blogpost behandelde deze voorwaarden.
De minister heeft steeds vastgehouden aan zijn standpunt dat de terugbetaling van de thuis 'getankte' elektriciteit dient te geschieden op basis van de daadwerkelijke kosten voor elektriciteit. Een terugbetaling op basis van een gemiddeld tarief of de CREG/VREG-tarieven kon niet worden aanvaard.
De huidige technologie maakt het echter nog niet altijd mogelijk om het reële elektriciteitsverbruik van de werknemers nauwkeurig en gemakkelijk te meten. Hierdoor heeft fiscus heeft een circulaire uitgevaardigd die het gebruik van een vast bedrag per kWh, gebaseerd op het "CREG-tarief", toestaat voor de berekening van de werkelijke elektriciteitskost. Dit geldt enkel voor elektriciteitskosten vanaf 1 januari 2025.
Voor eerdere periodes moeten de kosten nog steeds op basis van de werkelijke waarde worden berekend. De belastingadministratie zal de terugbetalingen van elektriciteitskosten die betrekking hebben op de periode vóór 1 januari 2025 met een zekere soepelheid beoordelen wanneer dergelijke terugbetalingen te goeder trouw zijn uitgevoerd met gebruikmaking van de boordtabel van de CREG.
Een circulaire 2025/C/38 van 17 juni 2025 verlengt deze maatregel nu voor onbepaalde tijd. Dit maakt de regeling permanent.
| Vierde kwartaal van 2025 | |
|---|---|
| Vlaanderen | € 0,3070/kWh |
| Brussel | € 0,3356/kWh |
| Wallonië | € 0,3457/kWh |